ECLI:NL:CRVB:2009:BK3708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Verlenging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
De zaak betreft een loonsanctie opgelegd aan een werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen voor een zieke werknemer, verlenging van het loon tijdens ziekte met 52 weken. De werkgever had onvoldoende inspanningen verricht om de werknemer te re-integreren, zowel binnen het eigen bedrijf als extern via het tweede spoor.
De rechtbank Zutphen had het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) vernietigd omdat onvoldoende was onderzocht of het tweede spoor re-integratie een reële kans op succes bood. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de rechtbank een onjuist criterium hanteerde en dat het aan het UWV is om aannemelijk te maken dat de werkgever onvoldoende inspanningen heeft verricht zonder deugdelijke grond.
De medische rapportages tonen aan dat vanaf april 2007 re-integratie binnen het eigen bedrijf niet meer mogelijk was en dat een extern re-integratietraject noodzakelijk was. De werkgever heeft dit niet opgepakt, ondanks de beperkingen van de werknemer en de geringe werkuren. De Raad verwerpt het argument dat de loonsanctie een bestraffend karakter heeft en bevestigt dat de werkgever gehouden was tot het inzetten van een extern traject.
De Centrale Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de werkgever ongegrond, waarmee de loonsanctie blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever wordt ongegrond verklaard en de loonsanctie blijft gehandhaafd.