ECLI:NL:CRVB:2009:BK4240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag op grond van WWB wegens overschrijding bijstandsnorm
Appellanten hebben een aanvraag ingediend voor een langdurigheidstoeslag op grond van artikel 36 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht wees deze aanvraag af omdat het gezamenlijke inkomen van appellanten in de jaren 2004 en 2005 hoger was dan de toepasselijke bijstandsnorm. Dit oordeel was gebaseerd op jaaropgaven van het UWV waaruit bleek dat de WAO-uitkeringen van appellanten deze norm overschreden.
Appellanten stelden dat bij de vaststelling van het inkomen uitgegaan moest worden van netto bedragen en dat het negatieve fiscale inkomen van appellante als zelfstandige in mindering moest worden gebracht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellanten gingen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat in afwijking van de hoofdregel, die uitgaat van netto inkomen, in dit geval het bruto inkomen op basis van de UWV-jaaropgaven leidend is omdat deze een vollediger beeld geven dan bankafschriften. Tevens oordeelde de Raad dat het negatieve fiscale inkomen van appellante niet relevant is voor de vaststelling van het inkomen in de zin van artikel 36 WWB Pro. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de langdurigheidstoeslag en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag voor langdurigheidstoeslag is terecht afgewezen omdat het gezamenlijke inkomen hoger was dan de bijstandsnorm.