ECLI:NL:CRVB:2009:BK4508
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- A.A.H. Schifferstein
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en medische beoordeling passendheid functies
Betrokkene ontvangt sinds 2001 een WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op 35-45% arbeidsongeschiktheid. In 2004 werd de uitkering herzien naar 25-35% op basis van een medisch en arbeidskundig onderzoek. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende medische grondslag en nam een lagere functiebelasting en urenbeperking aan.
Het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en voerde aan dat het oordeel van de door de rechtbank ingeschakelde onafhankelijke deskundige Blanken gevolgd moet worden. Deze deskundige had een volledig en zorgvuldig onderzoek verricht, inclusief anamnese, medisch onderzoek en dossierstudie, en concludeerde dat de functies passend waren en geen urenbeperking noodzakelijk was.
De Raad overweegt dat het vaste rechtspraak is om het oordeel van een onafhankelijke deskundige in beginsel te volgen, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. De Raad ziet geen reden om af te wijken van dit principe en acht het oordeel van deskundige Blanken betrouwbaar en zorgvuldig gemotiveerd.
De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het UWV gegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen reden om een urenbeperking toe te passen omdat het ziektebeeld geen energetische tekorten veroorzaakt. De functies die aan de schatting ten grondslag liggen, zijn medisch passend voor betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.