ECLI:NL:CRVB:2009:BK4527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H. Bedee
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en aanzegging vertegenwoordiging bij bezwaarprocedure
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening en intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het UWV opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. In hoger beroep betoogde appellante dat de aanzegging van nieuwe functies niet juist was gedaan omdat deze aan haar gemachtigde was gestuurd en dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen.
De Raad concludeert dat aanzegging aan de gemachtigde gelijkstaat aan aanzegging aan de verzekerde zelf, omdat de vertegenwoordiger de stukken aan de verzekerde behoort door te geven. De Raad vernietigt het besluit van 15 november 2007 voor zover het de datum van herziening betreft en verklaart het beroep tegen het besluit van 15 januari 2009 ongegrond.
Verder oordeelt de Raad dat de medische beoordeling van het UWV, inclusief de beoordeling van psychische klachten en vermoeidheid, voldoende is en dat de belastbaarheid van appellante niet is onderschat. De herziening van de WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% met ingang van 26 november 2006 kan in stand blijven.
Tot slot veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% per 26 november 2006 wordt bevestigd, met gedeeltelijke vernietiging van eerdere besluiten en toekenning van proceskosten aan appellante.