ECLI:NL:CRVB:2008:BD6800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens niet-naleving zorgvuldigheidsbeginsel
Appellant ontving sinds 1991 een WAO-uitkering wegens psychische klachten en werd in 2003 geconfronteerd met intrekking van deze uitkering op basis van een nieuwe functionele-mogelijkhedenlijst (FML) en geselecteerde passende functies. De bezwaarprocedure leidde tot een herziening van de FML en selectie van andere functies, die echter pas na de intrekkingsdatum aan appellants gemachtigde werden toegezonden.
De Raad oordeelt dat het zorgvuldigheidsbeginsel vereist dat de betrokkene zelf op duidelijke wijze wordt geïnformeerd over zijn arbeidsmogelijkheden, en dat aanzegging alleen aan de gemachtigde niet volstaat. Hierdoor kon de intrekking met ingang van 10 juli 2003 niet standhouden. Wel acht de Raad aannemelijk dat appellant op 21 augustus 2003 op de hoogte was van de nieuwe functies, zodat een intrekking met ingang van zes maanden na die datum mogelijk is.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige aanzegging aan appellant zelf.