ECLI:NL:CRVB:2009:BK4611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.N.A. Bootsma
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eigen bijdrage deeltaxi onder Wet maatschappelijke ondersteuning
Appellante beschikte onder de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) over een vervoersvoorziening in de vorm van een deeltaxi, waarvoor zij een bijdrage betaalde gelijk aan het blauwe strippenkaarttarief. Met de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) per 1 januari 2007 ontving appellante een besluit van het College waarin werd meegedeeld dat zij geen eigen bijdrage hoefde te betalen voor de deeltaxi en dat er geen verandering zou zijn ten opzichte van de situatie onder de Wvg.
Na verzoek om nadere duidelijkheid stuurde het College een brief waarin werd gesteld dat het eerdere besluit was vervallen en dat appellante wel een eigen bijdrage moest betalen gelijk aan het blauwe strippenkaarttarief. Het College stelde dat dit tarief geen eigen bijdrage in de zin van de Wmo was, maar een gebruikelijke vervoerskost die iedereen betaalt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat er geen verslechtering van de rechtspositie was en geen aanleiding voor toepassing van de hardheidsclausule.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij door de wijziging in feite een verslechtering ondervond en dat haar beperkte financiële middelen onvoldoende waren onderzocht. De Raad oordeelde dat de brieven in samenhang gelezen moeten worden en dat appellante geen eigen bijdrage in de zin van de Wmo hoeft te betalen, maar wel een bijdrage gelijk aan het blauwe strippenkaarttarief. Dit tarief wordt gezien als een normale vervoerskost en geen verslechtering. Ook was er geen aanleiding om de hardheidsclausule toe te passen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Appellante moet een bijdrage gelijk aan het blauwe strippenkaarttarief betalen voor de deeltaxi, zonder verslechtering van haar rechtspositie.