ECLI:NL:CRVB:2009:BK5100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling redelijke termijn overschrijding
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarbij haar WAO-uitkering werd herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank had het besluit vernietigd vanwege onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar de medische beoordeling bleef ongewijzigd omdat daartegen geen hoger beroep was ingesteld.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat de medische gronden niet opnieuw ter beoordeling staan, tenzij nieuwe medische gegevens zijn ingediend, wat niet het geval is. De Raad oordeelt dat appellante de werkzaamheden behorende bij de geselecteerde functies kan verrichten en wijst haar verzoek om inschakeling van een onafhankelijke deskundige af.
Verder behandelt de Raad de vraag van overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. Gezien de duur van de bestuurlijke en rechterlijke fase wordt een overschrijding vastgesteld en wordt het onderzoek naar een passende schadevergoeding heropend. De Staat der Nederlanden wordt als partij in deze procedure betrokken.
Tot slot veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter H. Bedee op 25 november 2009.
Uitkomst: De medische beoordeling blijft ongewijzigd, het onderzoek naar schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt heropend en de Staat wordt als partij betrokken.