ECLI:NL:CRVB:2009:BK5137
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor algemeen geaccepteerde arbeid
Appellante, voormalig verkoopster, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 55-65%, maar werd na medisch en arbeidsdeskundig onderzoek in 2007 ongeschikt bevonden voor haar laatst verrichte arbeid maar geschikt voor algemeen geaccepteerde arbeid, waardoor haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd vastgesteld en de uitkering per 22 mei 2007 werd ingetrokken.
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, dat de bezwaarverzekeringsarts niet bij de hoorzitting aanwezig was, en dat zij zich meer beperkt achtte dan aangenomen. Ook wees zij op een latere toekenning van een WAO-uitkering na een operatie en een voorziening in het kader van de WMO.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat het ontbreken van de bezwaarverzekeringsarts bij de hoorzitting niet onzorgvuldig was gezien de omstandigheden. De latere toekenning van een WAO-uitkering na een operatie bood geen aanleiding om de intrekking onjuist te achten. De toekenning van een WMO-voorziening werd niet als doorslaggevend beschouwd vanwege het andere toetsingskader.
Verder concludeerde de Raad dat zelfs bij het terzijde schuiven van een toelichting op enkele functies door de arbeidsdeskundige, voldoende andere functies beschikbaar waren om de mate van arbeidsongeschiktheid onder 15% te handhaven. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 22 mei 2007 wordt bevestigd omdat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt is en geschikt voor algemeen geaccepteerde arbeid.