ECLI:NL:CRVB:2009:BK5767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt terugvordering PGB wegens onvoldoende belangenafweging door Zorgkantoor
Betrokkene, lijdend aan multiple sclerose en psychische problemen, ontving een persoonsgebonden budget (PGB) voor huishoudelijke verzorging. Het Zorgkantoor stelde budgetafrekeningen vast en vorderde bedragen terug wegens vermeende onrechtmatigheden in de verantwoording van het PGB. Betrokkene maakte bezwaar, aangevoerd door zijn echtgenote, die stelde dat betrokkene vanwege zijn gezondheidstoestand niet in staat was het budget te beheren en dat het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) onterecht een indicatie had afgegeven.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit tot terugvordering, stellende dat het Zorgkantoor onverantwoord had gehandeld door het PGB toe te kennen zonder te beoordelen of betrokkene daartoe in staat was. Het Zorgkantoor ging in hoger beroep en stelde dat het niet bevoegd was de indicatie te toetsen en dat terugvordering op grond van de Regeling Subsidies AWBZ verplicht was bij vaststelling van een lager budget.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Zorgkantoor gehouden is tot terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen, maar daarbij de discretionaire bevoegdheid uit artikel 4:57 Awb Pro moet toepassen met inachtneming van een belangenafweging zoals voorgeschreven in artikel 3:4 Awb Pro. De Raad constateerde dat het Zorgkantoor deze belangenafweging niet had gemaakt en vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit waarin de belangenafweging wordt betrokken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit tot terugvordering van het PGB en verwijst de zaak terug voor een nieuw besluit met belangenafweging.