ECLI:NL:CRVB:2008:BC4315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering persoonsgebonden budget wegens ontbreken belangenafweging
Appellante ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor huishoudelijke verzorging over 2004. Het Zorgkantoor stelde het budget definitief vast op het vrij besteedbare bedrag van €209,02 en vorderde een bedrag van €647,83 terug omdat appellante niet voldeed aan de verantwoordingsverplichtingen, zoals het opgeven van namen, adressen en sofi-nummers van zorgverleners.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat het Zorgkantoor zijn discretionaire bevoegdheid tot lagere subsidievaststelling had moeten uitoefenen met inachtneming van een evenredige belangenafweging zoals vereist in artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit is niet gebeurd.
Verder constateert de Raad dat bepaalde bepalingen in de Regeling Subsidies AWBZ en Ziekenfondswet die het Zorgkantoor imperatief verplichten tot terugvordering in strijd zijn met hogere regelgeving in de Awb, waardoor deze bepalingen geen verbindende kracht hebben. De zaak wordt verwezen voor een nieuw besluit waarin het Zorgkantoor een belangenafweging maakt en rekening houdt met de wijze waarop appellante het pgb heeft besteed en verantwoord.
Ten slotte wijst de Raad het verzoek om proceskostenveroordeling af en bepaalt dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van het persoonsgebonden budget over 2004 wordt vernietigd en het Zorgkantoor wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een belangenafweging.