ECLI:NL:CRVB:2015:3956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering persoonsgebonden budget wegens niet-naleving verplichtingen
Appellant had een persoonsgebonden budget (pgb) aangevraagd, maar het Zorgkantoor weigerde dit omdat appellant zich niet had gehouden aan de bij een eerder pgb opgelegde verplichtingen. Dit leidde tot intrekking van het eerdere pgb en een afwijzing van de nieuwe aanvraag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat artikel 2.6.4, eerste lid, van de Rsa geen ruimte biedt voor belangenafweging bij weigering.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat artikel 2.6.4 Rsa in strijd is met artikel 4:35 Awb Pro, omdat een belangenafweging vereist is en zorg in natura niet passend zou zijn. De Raad volgde de rechtbank en verwees naar eerdere jurisprudentie, waarbij werd bevestigd dat artikel 2.6.4 Rsa niet onverbindend is en niet in strijd met de Awb. Daarnaast concludeerde de Raad dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat zorg in natura niet mogelijk was.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 november 2015.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het pgb wegens niet-naleving van eerdere verplichtingen.