ECLI:NL:CRVB:2009:BK6419

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/5475 TW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 TWArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering toeslag op grond van gezinsinkomen boven sociaal minimum

Appellant heeft op 27 april 2007 een aanvraag ingediend bij het Uwv voor een toeslag krachtens de Toeslagenwet. Het Uwv heeft dit verzoek afgewezen omdat het gezinsinkomen van appellant boven het voor hem geldende sociaal minimum ligt. Zowel bezwaar als beroep tegen deze beslissing werden ongegrond verklaard.

Appellant stelde in hoger beroep dat de inkomenstoetsing netto in plaats van bruto zou moeten plaatsvinden, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Raad van 25 juli 2008. De Raad overwoog dat deze eerdere uitspraak betrekking had op een andere situatie (arbeidsongeschiktheidsuitkering in februari 2005) en dat er geen verband is tussen inhoudingen op die uitkering en het recht op toeslag.

De Raad benadrukte dat voor het recht op toeslag het recht op bruto uitkering bepalend is en niet het netto uitbetaalde bedrag. Het hoger beroep slaagt daarom niet en de Raad bevestigt de eerdere uitspraak. Er zijn geen gronden aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de toeslagaanvraag omdat het gezinsinkomen boven het sociaal minimum ligt.

Uitspraak

08/5475 TW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 26 augustus 2008, 08/130
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 11 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. A.C.S. Grégoire, advocaat te Sittard, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2009. Appellant is, als aangekondigd, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door P.J.L.H. Coenen.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Voor een overzicht van de relevante feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hier volstaat de Raad met het volgende.
1.2. Op 27 april 2007 heeft appellant het Uwv verzocht om toekenning van een uitkering krachtens de Toeslagenwet (TW).
1.3. Het Uwv heeft op dit verzoek afwijzend beslist. Het hiertegen aangetekende bezwaar werd bij besluit van 7 januari 2008 ongegrond verklaard.
2. Het hiertegen aangetekende beroep werd eveneens ongegrond verklaard.
3.1. Appellant is van die uitspraak in hoger beroep gekomen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de kernvraag in deze procedure de exacte hoogte van zijn inkomen is. Over de wijze waarop het Uwv een en ander berekend heeft de Raad op 25 juli 2008 met kenmerk 06/2940 tussen partijen uitspraak gedaan. In de visie van appellant heeft deze uitspraak ook gevolgen voor de onderhavige procedure.
4.1. De Raad overweegt als volgt.
4.2. Het Uwv heeft afwijzend beslist op de aanvraag van appellant omdat het gezinsinkomen van appellant boven het voor hem geldende sociaal minimum ligt. Appellant voldoet hierdoor niet aan de in artikel 2 van Pro de TW gestelde voorwaarden om in aanmerking te komen voor een toeslag. In bezwaar en beroep heeft appellant gesteld dat de inkomenstoetsing in de netto-sfeer zou moeten plaatsvinden in plaats van in de bruto-sfeer zoals in de berekening door het Uwv. Daarbij is gewezen op de uitspraak van de Raad van 25 juli 2008.
4.3. Daargelaten dat genoemde uitspraak betrekking heeft op de arbeidsongeschiktheidsuitkering over de maand februari 2005, is er naar het oordeel van de Raad geen relatie tussen de inhouding op die uitkering in het kader van derdenbeslag en/of een interne verrekening en het recht op toeslag op grond van de TW. Voor het recht op toeslag is immers het recht op bruto uitkering bepalend en niet het bedrag dat uiteindelijk netto wordt uitgekeerd.
4.4. Het hoger beroep slaagt niet.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 december 2009.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) T.J. van der Torn.
GdJ