ECLI:NL:CRVB:2010:BN4445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- H. Bolt
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekening toeslag op grond van de Toeslagenwet op basis van bruto bedragen
Appellant ontving een loongerelateerde WW-uitkering die eindigde op 20 november 2007, waarna hij een vervolguitkering en een WAO-uitkering ontving. Op 8 november 2007 vroeg hij een toeslag aan op grond van de Toeslagenwet. Het Uwv kende hem een toeslag toe van €13,61 bruto per dag, gebaseerd op het verschil tussen zijn uitkeringen en het geldende minimumloon.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde in hoger beroep dat het netto bedrag dat hij ontving lager was dan het minimumloon. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de toeslag op basis van bruto bedragen berekend moet worden. De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan en bevestigt het oordeel van de rechtbank.
De Raad verwijst naar zijn eerdere jurisprudentie en benadrukt dat de systematiek van de Toeslagenwet en vaste rechtspraak voorschrijven dat bruto bedragen uitgangspunt zijn bij de berekening. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand. De Raad veroordeelt het Uwv niet in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toeslag wordt bevestigd op basis van bruto bedragen.