ECLI:NL:CRVB:2009:BK6570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade wegens vertraagde uitbetaling bijstand niet toewijsbaar
Appellant ontving bijstand maar kreeg deze tijdelijk onrechtmatig geweigerd over de periode van januari tot augustus 2002. Hierdoor ontstond huurachterstand en verloor hij zijn woonruimte, met bijkomende kosten zoals transport, opslag en deurwaarderskosten.
Na vernietiging van de oorspronkelijke weigeringen door de rechtbank, verzocht appellant om vergoeding van de door hem geleden schade, begroot op ruim €37.500. Het College wees dit verzoek af en de rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, hoewel de motivering onvoldoende was.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat de onrechtmatigheid van de weigeringen vaststaat. De Raad oordeelt dat de gevolgen van de vertraagde uitbetaling van bijstand in principe terug te voeren zijn op de vertraging zelf, en dat de wettelijke rente conform artikel 6:119 BW Pro de enige schadevergoeding is die daarvoor verschuldigd is. Vergoeding van overige schadeposten, zoals kosten door verlies van woonruimte, is niet mogelijk. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van schade wegens vertraagde uitbetaling van bijstand wordt afgewezen, alleen wettelijke rente is verschuldigd.