ECLI:NL:CRVB:2009:BK6661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- W.F. Claessens
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet opgegeven inkomsten en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd onderzocht naar aanleiding van een anonieme tip over samenwoning met haar ex-partner. Tijdens het onderzoek bleek dat zij regelmatig geld ontving van haar ex-partner zonder dit te melden op de inkomstenformulieren, wat een schending van haar inlichtingenplicht vormt.
Het College beëindigde de bijstand met ingang van 1 juli 2006 omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld vanwege de niet opgegeven inkomsten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat appellante terecht niet mocht vertrouwen op haar eerdere verklaring dat zij de bedragen niet hoefde op te geven, omdat zij expliciet was gevraagd hierover uitleg te geven. Ook was het niet mogelijk het recht vast te stellen door wisselende en niet controleerbare verklaringen over de hoogte van de ontvangen gelden.
Daarom was het College bevoegd tot intrekking van de bijstand op grond van artikel 54, derde lid, WWB. De Raad ziet geen bijzondere omstandigheden om van het beleid af te wijken en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet opgegeven inkomsten wordt bevestigd.