ECLI:NL:CRVB:2009:BK6815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening besluit ouderlijke bijdrage na onjuiste vaststelling door IB-Groep
Appellant maakte bezwaar tegen de vaststelling van de veronderstelde ouderlijke bijdrage door de IB-Groep voor het jaar 2007. De IB-Groep handhaafde het oorspronkelijke bedrag ondanks latere correcties in de bijdrage via meerdere Berichten Ouder. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de IB-Groep onterecht het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard en dat de rechtbank ten onrechte het oorspronkelijke bedrag had gehandhaafd zonder rekening te houden met de latere Berichten Ouder. Tevens stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte geen rekening hield met een verzoek om peiljaarverlegging en dat de kostenvergoeding op grond van artikel 7:15 Awb Pro ten onrechte was geweigerd.
De Raad oordeelde dat het bezwaar terecht ontvankelijk was en dat de IB-Groep op grond van artikel 7:11 Awb Pro verplicht is het bezwaar te heroverwegen met inachtneming van nieuwe feiten en omstandigheden. Omdat bij de beslissing op bezwaar reeds vaststond dat de oorspronkelijke vaststelling onjuist was, had de IB-Groep dit moeten meenemen. De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de IB-Groep een nieuw besluit moet nemen, inclusief een beslissing over de kostenvergoeding. Tevens werd de IB-Groep veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van de IB-Groep wordt vernietigd en een nieuwe beslissing op bezwaar wordt bevolen.