ECLI:NL:CRVB:2009:BK6971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt afwijzing woonvoorzieningen en legt zorgvuldigheidsplicht op College
Appellant, een alleenstaande man met ernstige mobiliteitsbeperkingen door amputatie en hartproblemen, vroeg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) om diverse woonaanpassingen. Het College wees de aanvraag af en verwees naar het verhuiskostenprimaat, omdat de woning te klein zou zijn voor adequate aanpassingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het College's standpunt werd gevolgd dat verhuizen goedkoper en praktischer was dan aanpassingen. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en voerde aan dat de verhuiskostenvergoeding onvoldoende was en dat verhuizing voor hem vanwege psychische en medische redenen ongewenst was.
De Raad oordeelde dat het onderzoek van het College onvoldoende was gericht op de vraag welke woonvoorziening daadwerkelijk als compensatie kan gelden. Er was onvoldoende gekeken naar mogelijke aanpassingen binnen de huidige woning en naar de psychosociale omstandigheden van appellant. Het College had ook niet adequaat gemotiveerd waarom de woning niet veilig bewoonbaar zou zijn na aanpassingen.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit van het College vernietigd en het College opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de compensatieplicht en zorgvuldigheid.