ECLI:NL:CRVB:2009:BK6979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- W.F. Claessens
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding in tweefamiliewoning
Appellante ontving vanaf 1 juni 2002 een AOW-pensioen op basis van de norm voor een ongehuwde. Na een steekproefonderzoek in juni 2006 stelde de Sociale verzekeringsbank (Svb) vast dat appellante een gezamenlijke huishouding voert met betrokkene en herzag het pensioen met ingang van 1 juni 2002.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond. Appellante voerde hoger beroep aan tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante en betrokkene hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben, ondanks dat het een tweefamiliewoning betreft, omdat zij één ingang, keuken en woonkamer delen en geen sprake is van twee zelfstandige wooneenheden.
Daarnaast stelde de Raad vast dat er sprake is van wederzijdse zorg, onder meer doordat gezamenlijke kosten worden gedragen, appellante werkzaamheden verricht voor het bedrijf van betrokkene zonder vergoeding en zij gemachtigd is op de bedrijfsrekening. De Raad vond geen aanwijzingen voor een louter zakelijke onderhuurrelatie.
De Raad concludeerde dat de herziening van het pensioen terecht was en dat er geen dringende redenen waren om van herziening af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de herziening van het AOW-pensioen bevestigd.