ECLI:NL:CRVB:2009:BK7003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens vermogensvaststelling en toeslagintrekking
Appellant vroeg bijstand aan over de periode van december 2000 tot maart 2004. Het College wees de aanvraag aanvankelijk af vanwege onvoldoende medewerking bij de vermogensvaststelling en detentie. Later werd bijstand toegekend met een toeslag van 20%, die vervolgens werd verlaagd naar 2% en deels teruggevorderd wegens vermeend ontbreken van woonkosten.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant geen woonkosten had. De betaling van huurpenningen via een tussenpersoon werd bevestigd door een getuigenverklaring onder ede.
De Raad vernietigde het besluit tot intrekking van de toeslag en herroept het besluit tot herziening van de bijstand. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant. De Raad bevestigde verder dat de nieuwe vermogensvaststelling per 24 maart 2004 losstaat van eerdere vaststellingen en dat het bezwaar tegen het eerdere besluit van 7 juni 2004 gegrond was verklaard.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de toeslag bij bijstand wordt vernietigd en het besluit tot herziening van de bijstand wordt herroepen.