ECLI:NL:CRVB:2009:BK7053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand als alleenstaande terwijl hij samen met [naam S.W.] een gezamenlijke huishouding voerde. Dit kwam aan het licht na een onderzoek waarbij onder meer een huisbezoek plaatsvond en gegevens bij de Sociale Verzekeringsbank werden opgevraagd. Het College beëindigde de bijstand en vorderde de ten onrechte ontvangen bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gedeeltelijk gegrond en stelde de terugvordering bij, maar liet de intrekking en terugvordering in stand. Appellant ging in hoger beroep en voerde onder meer aan dat hij slechts kostganger was, dat het huisbezoek onrechtmatig was, dat hij niet door een advocaat was bijgestaan tijdens het verhoor, en dat de rechtszekerheid werd geschonden.
De Raad oordeelt dat sprake is van een gezamenlijke huishouding conform de WWB en het Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998, mede gelet op de registratie bij de AOW en de feitelijke zorgrelatie. Het beroep op rechtszekerheid faalt vanwege de schending van de inlichtingenverplichting. Ook het ontbreken van advocaatbijstand tijdens het verhoor is niet relevant in deze bestuursrechtelijke procedure. De Raad bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstand en wijst de overige bezwaren af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenverplichting.