ECLI:NL:CRVB:2009:BK8216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet duurzaam gescheiden leven echtgenoten
Appellante ontving bijstand naar de norm voor een alleenstaande ouder vanaf 16 juli 2004, uitgaande van duurzaam gescheiden leven van haar echtgenoot. Na onderzoek van de sociale recherche werd de bijstand ingetrokken met terugvordering van €20.290,22 over de periode 1 januari 2005 tot 1 maart 2006, omdat niet kon worden vastgesteld dat zij duurzaam gescheiden leefde en geen deugdelijke administratie was bijgehouden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van het Algemeen Bestuur ongegrond. Het Dagelijks Bestuur nam een gelijkluidend besluit op bezwaar. Appellante stelde in hoger beroep dat het besluit onterecht was en dat zij recht had op bijstand volgens de norm voor een alleenstaande ouder.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende had gesteld om het duurzaam gescheiden leven aan te tonen en dat zij de inlichtingenverplichting had geschonden. Het besluit van het Algemeen Bestuur was echter onbevoegd genomen; alleen het Dagelijks Bestuur is bevoegd tot intrekking en terugvordering. Daarom werd het besluit van het Algemeen Bestuur vernietigd en het beroep gegrond verklaard. Het beroep tegen het besluit van het Dagelijks Bestuur werd ongegrond verklaard. Het Dagelijks Bestuur werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het Algemeen Bestuur wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het besluit van het Dagelijks Bestuur wordt ongegrond verklaard.