ECLI:NL:CRVB:2009:BK8312

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-406 WAO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard door de Raad vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht. Appellant maakte bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring door middel van verzet. Tijdens de zitting van 6 november 2009 verschenen beide partijen niet.

De Raad overwoog dat het griffierecht pas op 3 april 2009 werd betaald, wat buiten de gestelde termijn viel. Appellant voerde aan dat het griffierecht wel was betaald, maar kon niet aantonen dat dit tijdig was gebeurd of dat hem redelijkerwijs niet verweten kon worden dat de betaling te laat was.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Het te laat betaalde griffierecht van €107,- zal aan appellant worden terugbetaald. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de kosten van het verzet.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens te late betaling van het griffierecht.

Uitspraak

09/406 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te Marokko, (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 oktober 2008, 07/2170, (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 18 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 6 mei 2009 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 6 mei 2009 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 6 november 2009, waar partijen - het Uwv met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 6 mei 2009 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het verschuldigde griffierecht te laat (namelijk op 3 april 2009) is betaald.
In het verzetschrift is slechts aangevoerd dat het hoger beroep ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard, omdat het griffierecht - wel - is betaald. Aan de orde is echter of er feiten en omstandigheden zijn gebleken die moeten leiden tot het oordeel dat appellant redelijkerwijs niet kan worden verweten dat het griffierecht te laat is betaald. Dat is niet het geval.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Het bedrag van het te laat betaalde griffierecht (€ 107,-) zal door de griffier van de Raad aan appellant worden terugbetaald.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R. Groothuis.
mm