ECLI:NL:CRVB:2009:BK8322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- R. Kooper
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing terugwerkende bijstandsuitkering na buiten behandeling stellen aanvraag
Appellant diende meerdere aanvragen om bijstand in, waarvan de eerste op 22 juni 2006 werd afgewezen en de tweede op 3 juli 2006 buiten behandeling werd gesteld. Bij de derde aanvraag van 8 september 2006 werd bijstand toegekend met ingang van 24 oktober 2006. Appellant vorderde bijstand met terugwerkende kracht vanaf 3 juli 2006, stellende dat bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen, zoals het beëindigen van zijn WW-uitkering en de psychische aandoening van zijn vrouw die communicatie bemoeilijkte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de ingangsdatum van de bijstand buiten het geschil viel. In hoger beroep bevestigde de Raad dat het primaire besluit van 24 oktober 2006 ziet op de aanvraag van 8 september 2006 en niet op eerdere aanvragen. De Raad overwoog dat bijstand in principe niet met terugwerkende kracht wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dit vereisen.
De door appellant aangevoerde omstandigheden werden niet als zodanig erkend. De Raad concludeerde dat het College terecht geen bijstand verleende over de periode van 3 juli tot 8 september 2006. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de ingangsdatum van de bijstand blijft 24 oktober 2006.