ECLI:NL:CRVB:2009:BK8326
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-woonachtig op opgegeven adres
Appellante ontving bijstand en stond ingeschreven op een adres te Amersfoort. Het College stelde dat zij niet op dat adres woonde en trok de bijstand in over de periode van 1 februari 2005 tot en met 23 juli 2006, met terugvordering van de kosten.
Een onderzoek door de Sociale Recherche en verklaringen van omwonenden vormden de basis voor het besluit. De Raad oordeelt dat de onderzoeksbevindingen onvoldoende zijn om te concluderen dat appellante niet woonde op het opgegeven adres tot 1 april 2006, mede omdat er sprake kan zijn geweest van inwoning.
Vanaf 1 april 2006 is er wel voldoende bewijs dat de woning leegstond, ondersteund door verklaringen van buren en huisbezoek. De Raad vernietigt het besluit voor de periode tot 1 april 2006 en herroept de terugvordering over die periode, maar bevestigt de intrekking en beëindiging van bijstand vanaf 1 april 2006.
Het College wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante. De uitspraak van de rechtbank Utrecht wordt vernietigd en het hoger beroep van appellante wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand over de periode tot 1 april 2006 worden vernietigd, vanaf die datum bevestigd.