ECLI:NL:CRVB:2010:BM6765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens onjuiste woonadresopgave na huisuitzetting
Appellant ontving vanaf januari 2006 algemene bijstand in de vorm van een renteloze lening en voorschotten. Na zijn huisuitzetting medio 2006 gaf appellant zijn nieuwe woonadres niet door aan het College van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer. In plaats daarvan bleef hij het oude adres opgeven bij nieuwe aanvragen en verzoeken om voorschotten.
Het College vorderde daarom de verleende bijstand terug en wees nieuwe aanvragen af wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij ten onrechte was uitgezet en dat hij feitelijk elders woonde.
De Raad oordeelde dat de feitelijke woon- en leefsituatie doorslaggevend is voor de toepassing van de WWB en Bbz 2004. Het niet doorgeven van de verhuizing en het blijven opgeven van het oude adres vormde een schending van de inlichtingenverplichting. De enkele verklaring van een ander adres door de vader van appellant was onvoldoende om het recht op bijstand te herstellen.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de terugvordering bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van bijstand wegens onjuiste woonadresopgave bevestigd.