ECLI:NL:CRVB:2009:BK8334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening, terugvordering en maatregel bijstand wegens niet opgegeven giften
Betrokkene ontving bijstand als alleenstaande en beschikte over een niet opgegeven girorekening waarop familieleden regelmatig bedragen stortten. Appellant herzag de bijstand en vorderde terugbetaling wegens het niet melden van deze inkomsten, die als middelen in de zin van de WWB werden aangemerkt. Betrokkene stelde dat de bedragen giften waren die niet gemeld hoefden te worden.
De rechtbank vernietigde het besluit van appellant wegens onvoldoende motivering, omdat slechts vier overschrijvingen als gift waren erkend en de overige zonder nadere toelichting als inkomsten werden beschouwd. De Raad oordeelt dat appellant redelijkerwijs mocht concluderen dat de overige stortingen niet als giften verantwoord zijn, gezien de hoogte van de bijstand en de bedragen.
Verder werd de maatregel van 20% verlaging van de uitkering wegens schending van de inlichtingenplicht terecht opgelegd. De Raad vernietigt het besluit over de kostenvergoeding in bezwaar, omdat appellant het primaire besluit gedeeltelijk heeft gewijzigd en veroordeelt appellant tot vergoeding van €322 aan betrokkene. Het beroep tegen de herziening, terugvordering en maatregel wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening, terugvordering en maatregel wordt ongegrond verklaard; het beroep tegen de kostenvergoeding wordt gegrond verklaard en appellant wordt veroordeeld tot betaling van €322.