ECLI:NL:CRVB:2009:BK8344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAZ-uitkering wegens formele rechtskracht bezwaarbesluiten
Appellant ontving sinds 1999 een WAZ-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55-65%. Na aangiften inkomstenbelasting 2004 en 2005 stelde het UWV bij besluiten van 1 maart 2007 vast dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bedroeg, waardoor de uitkering voor die jaren onverschuldigd was.
Appellant en zijn gemachtigde voerden telefonisch overleg met het UWV, maar maakten geen schriftelijk bezwaar binnen de wettelijke termijn. Het UWV vaardigde daarop een terugvorderingsbesluit uit. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond en stelde dat de besluiten van 1 maart 2007 formele rechtskracht hadden gekregen.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij tijdig telefonisch bezwaar had gemaakt en dat het UWV hem onvoldoende had geïnformeerd over de bezwaartermijn. De Raad oordeelde dat telefonisch overleg geen schriftelijk bezwaar vervangt en dat de informatieve brief van het UWV geen nieuw besluit was. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen tijdig schriftelijk bezwaar heeft gemaakt en dat de terugvordering van onverschuldigde WAZ-uitkering terecht is.