ECLI:NL:RBROT:2020:2389
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking beroep bij bijstandsuitkering terugvordering niet ongedaan na termijnoverschrijding
Eiseres had beroep ingesteld tegen het besluit tot intrekking van haar bijstandsuitkering en tegen het besluit tot terugvordering van bijstand over een periode van ruim vier jaar. De gemachtigde van eiseres trok het beroep tegen het intrekkingsbesluit in, maar probeerde dit binnengekomen buiten de beroepstermijn te herroepen. De rechtbank oordeelde dat een intrekking van beroep in beginsel fataal is en dat herroeping alleen binnen de beroepstermijn mogelijk is. Omdat de herroeping te laat was en geen sprake was van wilsgebrek, werd het beroep tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat het intrekkingsbesluit onherroepelijk was geworden, waardoor het beroep tegen het terugvorderingsbesluit ongegrond was. De intrekking was gebaseerd op het niet naleven van de inlichtingenplicht volgens de Participatiewet. Eiseres voerde aan dat er dringende redenen waren om terugvordering te voorkomen, maar deze werden niet aanvaard omdat zij niet voldeden aan de strikte criteria van onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen.
De rechtbank wees het beroep tegen het terugvorderingsbesluit af en kende geen proceskosten toe. De uitspraak werd gedaan door rechter A.J. van Spengen op 20 maart 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen het intrekkingsbesluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het terugvorderingsbesluit ongegrond.