ECLI:NL:CRVB:2009:BK8345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- R. Kooper
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuiste vermogensvaststelling
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB na ontbinding van haar huwelijk. Het College trok de bijstand over de periode van januari tot september 2005 in en vorderde terugbetaling wegens overschrijding van de vermogensgrens. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het College geen rekening had gehouden met een schuld van €4.440 aan haar ex-echtgenoot en een gezamenlijke schuld van €4.997,78 aan de Rabobank. De Raad oordeelde dat deze schulden wel degelijk meetellen bij de vermogensvaststelling en erkende de daadwerkelijke terugbetalingsverplichting.
Hierdoor was het vermogen van appellante niet hoger dan de vrij te laten vermogensgrens. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de eerdere besluiten, en veroordeelde het College tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd.