ECLI:NL:CRVB:2009:BK8394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Vaststelling aflossingsbedrag WWB bij gebrek aan inkomsten en vermogen
Appellante, woonachtig in de Verenigde Staten, had geen inkomsten of vermogen en gaf dit aan het College van burgemeester en wethouders van Delft op. Desondanks stelde het College een aflossingsbedrag van €66 per maand vast, de minimale norm voor een alleenstaande.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het College het aflossingsbedrag op €0 had moeten vaststellen gezien de financiële situatie van appellante.
De Raad vernietigde het besluit van het College en herroept het eerdere besluit tot aflossing. Tevens veroordeelde de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten van appellante, inclusief griffierechten. Hiermee werd het beroep van appellante gegrond verklaard.
Uitkomst: Het aflossingsbedrag wordt vastgesteld op €0 per maand en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.