ECLI:NL:CRVB:2009:BK8591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- M. Greebe
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde vaststelling WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid 15-25%
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%, ongewijzigd vast te stellen. Hij betwistte met name de uitleg van de bezwaararbeidsdeskundige over zijn functionele beperkingen en maakte bezwaar tegen het aanwijzen van drie nieuwe functies die niet eerder aan hem waren voorgehouden.
De Raad overwoog dat het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) als hulpmiddel voor arbeidsongeschiktheidsbeoordeling aanvaardbaar is. De bezwaararbeidsdeskundige had de geschiktheid van de functies telefonist/receptionist, commercieel-administratief medewerker en schadecorrespondent afdoende gemotiveerd. Er was geen aanwijzing dat zij van minder verstrekkende beperkingen was uitgegaan dan de verzekeringsarts had vastgesteld.
Ten aanzien van het bezwaar tegen het bijduiden van nieuwe functies stelde de Raad dat dit, mits de uitkeringspositie niet in het nadeel van appellant wordt gewijzigd, rechtens toelaatbaar is. De zogenaamde aanzegjurisprudentie is hier niet van toepassing omdat geen verlaging van de uitkering plaatsvond.
Gelet op deze overwegingen slaagde het hoger beroep niet en werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering ongewijzigd blijft vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.