ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening WAO-uitkering en arbeidsongeschiktheidsschatting
Betrokkene ontving sinds 2 juni 2003 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Op 11 maart 2005 werd deze uitkering herzien naar 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op vijf passende functies. Betrokkene maakte bezwaar en een bezwaararbeidsdeskundige rapporteerde op 2 januari 2006 dat vier van deze functies niet passend waren en stelde vijf andere functies voor, resulterend in een arbeidsongeschiktheid van 43%.
Appellant verklaarde het bezwaar gegrond en stelde de arbeidsongeschiktheid per 11 mei 2005 vast op 35 tot 45%. Later wijzigde appellant dit besluit op 18 augustus 2006, waarbij de arbeidsongeschiktheid per 11 mei 2005 onveranderd bleef op 45 tot 55%, en de herziening per 11 maart 2006 werd vastgesteld op 35 tot 45%.
De rechtbank verklaarde betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep tegen het besluit van 10 januari 2006 en vernietigde het besluit van 18 augustus 2006 voor zover het de datum 11 mei 2005 betrof, stellende dat betrokkene op die datum volledig arbeidsongeschikt was. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat de aanzegjurisprudentie niet van toepassing was op situaties waarin de uitkering gelijk bleef of hoger werd vastgesteld. De Raad volgt appellant en vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep tegen het besluit van 18 augustus 2006 voor 11 mei 2005 ongegrond en bevestigt dat betrokkene niet volledig arbeidsongeschikt was op die datum.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 18 augustus 2006 voor 11 mei 2005 wordt ongegrond verklaard.