ECLI:NL:CRVB:2009:BK8626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens vervallen procesbelang in AWBZ eigen bijdrage zaak
Betrokkene, opgenomen in een AWBZ-instelling, maakte bezwaar tegen de vastgestelde eigen bijdrage voor verblijf. Na een eerdere uitspraak over de eigen bijdrage 2005, ging het hoger beroep over de vaststelling voor 2006, waarbij betrokkene stelde dat een bijdrage aan levensonderhoud van zijn dochter en een belastingvoordeel onterecht niet werden meegewogen.
De rechtbank wees het beroep ongegrond. In hoger beroep voerden de erven van betrokkene, die inmiddels was overleden, dezelfde gronden aan en verzochten tevens om wettelijke rente. De Raad stelde vast dat de erven de nalatenschap beneficiair hadden aanvaard.
De Raad oordeelde dat het procesbelang ontbrak omdat de nalatenschap onvoldoende baten bevatte om de schulden te dekken, waardoor een gunstige uitspraak feitelijk geen betekenis zou hebben voor de erven. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 december 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.