ECLI:NL:CRVB:2009:BL0201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Weigering heroverweging ontslagbesluit militair wegens gebrek aan nieuwe feiten
Appellant, een voormalig sergeant-majoor der artillerie bij de Koninklijke Landmacht, werd in 1993 eervol ontslagen wegens ongeschiktheid op grond van ziekte of gebrek. In 2005 verzocht hij de staatssecretaris om rehabilitatie en een hernieuwd onderzoek naar de oorzaken van zijn ontslag, met het verzoek het ontslag om te zetten in een dienst-verbandontslag. De staatssecretaris weigerde dit verzoek en handhaafde deze weigering na bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht die een heroverweging van het ontslagbesluit zouden rechtvaardigen. De medische stukken en verklaringen die appellant overlegd had, waren al bekend of hadden bekend kunnen zijn ten tijde van het ontslag. Ook de destijds gehanteerde ziektecode was niet nieuw en had eerder aan de orde kunnen worden gesteld.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en wees erop dat een medisch onderzoek in 1996/1997 geen relatie had vastgesteld tussen de psychische klachten van appellant en zijn militaire dienst. De Raad concludeerde dat de stukken die appellant ter ondersteuning van zijn verzoek had ingebracht geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten die heroverweging rechtvaardigen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de staatssecretaris om terug te komen op het ontslagbesluit van 1993 wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.