ECLI:NL:CRVB:2009:BL0243
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning burger-oorlogsslachtoffer en periodieke uitkering
Appellant, geboren in oktober 1940, diende in januari 2008 een aanvraag in om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer en in aanmerking te komen voor een periodieke uitkering op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn oorlogservaringen in Nederlands-Indië.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat onvoldoende was aangetoond dat appellant was getroffen door oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Appellant stelde dat hij getuige was geweest van een gewelddadige gebeurtenis waarbij Japanse bewakers een Javaanse man onthoofdden en diens zwangere vrouw mishandelden.
De Raad oordeelde dat de verklaring van de zuster van appellant, die deze gebeurtenis ook claimde te hebben gezien, onvoldoende was zonder aanvullende objectieve gegevens. Medische verklaringen van een psychiater werden niet als bewijs van de feitelijke oorlogservaringen aanvaard. Ook werd het verzoek om een mogelijke getuige te horen afgewezen vanwege onvoldoende relevantie.
Daarnaast stelde de Raad vast dat algemene ontwrichting en armoede tijdens de oorlog geen oorlogsgebeurtenissen in de zin van de Wet zijn. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs verklaarde de Raad het beroep ongegrond en wees de aanvraag af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en periodieke uitkering wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van oorlogsgeweld.