ECLI:NL:CRVB:2009:BL0797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Toepassing van het WAO-vervolgdagloon bij berekening van de WW-uitkering
Betrokkene ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een WAO-vervolgdagloon bij een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na herziening door appellant werd de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 55-65%. Vervolgens werd een WW-uitkering toegekend, berekend op basis van een dagloon afgeleid van het WAO-vervolgdagloon.
De rechtbank verklaarde artikel 13, zesde lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen onverbindend, omdat dit in strijd zou zijn met artikel 45 van Pro de WW. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en oordeelt dat het Besluit wel verenigbaar is met de WW.
De Raad benadrukt dat het dagloon historisch moet zijn en het welvaartsniveau van de werknemer bij het intreden van het verzekerde risico moet weerspiegelen. Het gebruik van het WAO-vervolgdagloon als basis voor het WW-dagloon voldoet aan deze eis en voorkomt dat het dagloon hoger wordt dan het werkelijke welvaartsniveau.
Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard, de aangevallen uitspraak vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het WW-dagloon mag worden berekend op basis van het WAO-vervolgdagloon.