ECLI:NL:RBUTR:2007:BB1791
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A.J. Overdijk
- G. van Zeben
- Y. Sneevliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WW-uitkering op basis van WAO-vervolgdagloon wegens strijd met loondervingsbeginsel
Eiseres, voormalig coördinator in de geboortezorg, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na intrekking van deze uitkering per 30 mei 2006 werd haar een WW-uitkering toegekend die gebaseerd was op het lagere WAO-vervolgdagloon. Eiseres stelde dat deze wijze van berekening in strijd was met het loondervingsbeginsel zoals neergelegd in artikel 45 van Pro de WW en betwistte de toepassing van artikel 13, zesde lid, van de Dagloonregels.
De rechtbank oordeelde dat het loondervingsbeginsel vereist dat het dagloon wordt berekend op basis van het laatstverdiende loon vóór het arbeidsurenverlies en niet op het lagere WAO-vervolgdagloon. Artikel 13, zesde lid, van de Dagloonregels is daarmee onverbindend en mag niet worden toegepast. De bevoegdheid van de lagere regelgever om af te wijken van artikel 45, eerste lid, van de WW strekt niet zover dat het loondervingsbeginsel wordt verlaten.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval verweerder binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres. Het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen, maar verweerder werd opgedragen dit in het nieuwe besluit te heroverwegen.
Uitkomst: Het bestreden besluit is vernietigd en verweerder is opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij het dagloon wordt vastgesteld conform het loondervingsbeginsel van artikel 45, eerste lid, van de WW.