ECLI:NL:CRVB:2009:BI4685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloonberekening WW-uitkering op basis van WAO-vervolgdagloon
Betrokkene, voorheen coördinator in de geboortezorg, ontving een WAO-uitkering die per 30 mei 2006 werd ingetrokken wegens vermindering van arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%. Vervolgens werd een loongerelateerde WW-uitkering toegekend, berekend op basis van het WAO-vervolgdagloon. Betrokkene stelde dat het dagloon berekend had moeten worden op basis van het loon voorafgaand aan het arbeidsurenverlies, conform artikel 45, eerste lid, van de WW, en dat het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen in strijd was met deze wettelijke bepaling.
De rechtbank Utrecht oordeelde dat het gebruik van het WAO-vervolgdagloon het loondervingsbeginsel schond en verklaarde het bezwaar gegrond. Het UWV ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog uitgebreid dat het Besluit, mede ingegeven door de Wet administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in sociale verzekeringswetten (Walvis), het dagloon op basis van het historisch loon berekent en dat het WAO-vervolgdagloon een passende grondslag is die het welvaartsniveau van betrokkene adequaat weerspiegelt.
Verder stelde betrokkene dat het Besluit in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens inzake eigendomsrechten. De Raad verwierp dit standpunt en stelde dat geen sprake is van ontneming van eigendom. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee het UWV in het gelijk werd gesteld.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot berekening van het WW-dagloon op basis van het WAO-vervolgdagloon blijft in stand.