ECLI:NL:CRVB:2009:BL6349
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet tijdig verstrekken gevraagde gegevens
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB en werden in het kader van een heronderzoek verzocht om financiële gegevens, waaronder over onroerend goed in Pakistan. Na het niet tijdig overleggen van deze gegevens werd het recht op bijstand opgeschort en later ingetrokken door het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
De rechtbank stelde de ingangsdatum van de opschorting en intrekking vast op 12 oktober 2006 en vernietigde het besluit van het College. Appellanten gingen in hoger beroep tegen deze ingangsdatum en stelden dat de hersteltermijn te kort was en dat zij tijdig telefonisch om uitstel hadden verzocht.
De Raad oordeelde dat de hersteltermijn niet onredelijk kort was, mede omdat het College de appellanten al voorafgaand aan hun vakantie had verzocht om de gegevens. Appellanten hebben niet binnen de termijn de gevraagde gegevens overgelegd en hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij om uitstel hebben verzocht.
De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat het College bevoegd en redelijk heeft gehandeld door de bijstand in te trekken met ingang van de eerste dag van de opschorting. Het hoger beroep werd verworpen en de proceskosten werden niet aan appellanten opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellanten niet tijdig de gevraagde gegevens hebben verstrekt en geen uitstel hebben gevraagd.