ECLI:NL:CRVB:2009:BN7813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens onzorgvuldig onderzoek en ondeugdelijke motivering
Appellant ontving vanaf 22 mei 2002 algemene bijstand. Het College stelde in oktober 2005 een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de uitkering, waarbij werd vastgesteld dat appellant schilderijen te koop aanbood via een website en deelnam aan exposities. Het College trok de bijstand per 22 mei 2002 in wegens het niet melden van deze inkomsten, wat volgens hen een schending van de inlichtingenverplichting vormde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden bleef verkeren. Appellant voerde echter aan dat de meeste kunstwerken nog in zijn bezit waren en dat de verklaring van de eigenaar van de galerie, die stelde dat de werken verkocht waren, onjuist was.
De Raad oordeelde dat het onderzoek van het College onvoldoende zorgvuldig was en dat er onvoldoende grondslag was om te veronderstellen dat appellant substantiële inkomsten had verworven. Het besluit tot intrekking en het daarop gebaseerde bezwaarbesluit werden vernietigd. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd wegens onzorgvuldig onderzoek en ondeugdelijke motivering.