ECLI:NL:CRVB:2009:BR4920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving van 1984 tot 2000 bijstand als alleenstaande ouder. Het College trok de bijstand over 1997-2000 in wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met betrokkene, zonder dit te melden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellante ging in hoger beroep en betwistte de gezamenlijke huishouding.
De Raad toetste aan objectieve criteria voor gezamenlijke huishouding: hoofdverblijf in dezelfde woning en wederzijdse verzorging. Ondanks verschillende inschrijvingen was er sprake van feitelijke samenwoning en wederzijdse zorg, ondersteund door verklaringen en een gezamenlijke advertentie.
Hierdoor moest appellante als gehuwd worden aangemerkt en had zij geen recht op bijstand als alleenstaande ouder. Het besluit van het College was op een onjuiste grondslag gebaseerd. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het College werd veroordeeld in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd, met in stand blijvende rechtsgevolgen.