ECLI:NL:CRVB:2011:BU6607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- W.F. Claessens
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering na intrekking beslissingen
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat er geen sprake was van een gezamenlijke huishouding en verwezen naar een vrijspraak in een strafzaak. De Raad oordeelde echter dat deze argumenten niet zien op de terugvorderingsbevoegdheid, maar op de bevoegdheid tot intrekking van de bijstand, welke inmiddels onherroepelijk is geworden.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het College al tijdens de hoger beroepsprocedures inzake de intrekking tot terugvordering mocht overgaan. De intrekkingsbesluiten van mei 2007 zijn na eerdere uitspraken van de Raad in augustus 2009 in rechte onaantastbaar geworden.
Daarom is er geen reden om de behandeling van de zaak aan te houden in afwachting van een arrest van de Hoge Raad in de strafzaak. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt het besluit van 30 september 2008 tot terugvordering van de bijstandskosten over de genoemde perioden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.