ECLI:NL:CRVB:2010:BK8890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling passende functies bij UWV
Appellant maakte bezwaar tegen een herzieningsbesluit van het UWV waarbij zijn WAO-uitkering werd aangepast naar een arbeidsongeschiktheid van 65-80%. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende motivering, met name het ontbreken van een rapport van de bezwaararbeidsdeskundige en onvoldoende toelichting op de functies die als passend werden beschouwd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de medische grondslag onjuist was, dat het besluit in strijd was met het IVBPR en dat er sprake was van ongerechtvaardigd onderscheid ten opzichte van andere WAO-gerechtigden. De Raad verwierp deze bezwaren en bevestigde dat de medische grondslag voldoende was. Ook oordeelde de Raad dat de selectie van passende functies voldoende was gemotiveerd op basis van arbeidsdeskundige rapporten en toelichting ter zitting.
De Raad vernietigde het bestreden besluit van 9 augustus 2006 wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen daarvan volledig in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht werd vergoed. De uitspraak bevestigt de zorgvuldigheidseisen bij herziening van WAO-uitkeringen en benadrukt de noodzaak van een deugdelijke motivering van besluiten.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld in proceskosten.