ECLI:NL:CRVB:2010:BL0187
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging herziening en terugvordering WW- en ZW-uitkering wegens onjuiste urenopgave zelfstandige
Betrokkene ontving vanaf november 2005 een WW-uitkering en startte in april 2006 een eenmanszaak. Het UWV stelde na onderzoek door een fraude-inspecteur vast dat betrokkene onjuiste uren had opgegeven en beëindigde de WW-uitkering deels vanaf april 2006 en geheel vanaf juni 2006, gevolgd door beëindiging van de ZW-uitkering in mei 2007. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het UWV wees deze af.
De rechtbank Middelburg verklaarde het bezwaar gegrond voor de intrekking van de WW-uitkering vanaf 26 juni 2006 en de terugvordering van de WW- en ZW-uitkeringen, omdat het UWV te veel waarde hechtte aan een onduidelijke mondelinge verklaring van een derde, [naam S.], en onvoldoende rekening hield met de eigen verklaring van betrokkene en andere schriftelijke verklaringen.
Het UWV ging in hoger beroep, stellende dat de nadere toelichting van de fraude-inspecteur de verklaring van [naam S.] bevestigde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de verklaring onbetrouwbaar was vanwege het tijdsverloop, de onduidelijkheid over de vraagstelling en de korte duur van het gesprek. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het UWV in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van de intrekking van de WW-uitkering per 26 juni 2006 en de terugvordering van WW- en ZW-uitkeringen wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs.