ECLI:NL:CRVB:2010:BL0211
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van onvoldoende oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1941 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en een periodieke uitkering op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was gemaakt dat appellant direct betrokken was bij oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. De Raad bevestigt dit oordeel na beoordeling van de feiten, waaronder huiszoekingen, evacuatie onder vermeende levensbedreiging, een granaatinslag in een naburige woning en het getuige zijn van mishandeling door de vader van appellant.
De Raad oordeelt dat de huiszoekingen niet persoonlijk gericht waren en niet gepaard gingen met excessief geweld. De evacuatie was niet aantoonbaar levensbedreigend. De granaatinslag trof niet de woning van appellant en er was geen direct letsel. De mishandeling door de vader, die als politiefunctionaris handelde, valt niet onder oorlogsgeweld door de Japanse bezetter of vergelijkbare omstandigheden.
Daarmee voldoet appellant niet aan de criteria voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld.