ECLI:NL:CRVB:2010:BL0242
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van onvoldoende bewijs
Appellant, geboren in 1925, diende in 2002 een aanvraag in om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten als gevolg van oorlogservaringen tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië. De aanvraag werd in 2003 afgewezen, waarbij werd geoordeeld dat de huiszoeking niet persoonlijk tegen appellant was gericht en dat er onvoldoende bewijs was van mishandeling, verplichte tewerkstelling of levensbedreigende omstandigheden.
Na een ongegrond verklaard beroep in 2004 verzocht appellant in 2008 om herziening van het besluit, onderbouwd met verklaringen van twee zusters over een overval door Sikhs, een daaropvolgende vlucht en de aard van werkzaamheden in Praï. Deze verklaringen werden door de Raad niet overtuigend bevonden om het eerdere besluit te herzien.
De Raad oordeelde dat de inval niet persoonlijk tegen appellant was gericht, dat hij één aanvaller buiten wist te overtuigen hen met rust te laten en dat hij niet uit eigen waarneming wist wat binnen gebeurde. Verder ontbrak bewijs voor een vlucht onder levensbedreigende omstandigheden en voor verplichte tewerkstelling in Praï. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt ongegrond verklaard.