ECLI:NL:CRVB:2010:BL0347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering en terugvordering onverschuldigde voorschotten
Appellante ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering per 10 juli 2007 en de terugvordering van onverschuldigd betaalde voorschotten over de periode van 9 juni 2006 tot 1 juni 2007 ter hoogte van €9.990,48. De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard en de Raad onderschrijft deze beslissing.
Appellante voerde in hoger beroep grotendeels dezelfde gronden aan als in eerste aanleg, zonder nieuwe motivering waarom het oordeel van de rechtbank onjuist zou zijn. De Raad concludeert dat de rechtbank deze gronden terecht heeft besproken en gemotiveerd waarom ze niet slagen. De door een psychiater ingediende brief met een gewijzigde diagnose bood geen voldoende grondslag voor volledige arbeidsongeschiktheid vanaf 2004.
Met betrekking tot de terugvordering betwistte appellante voor het eerst in hoger beroep de hoogte van het bedrag, stellende dat er rekening had moeten worden gehouden met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%, verrekening van een WW-uitkering en reeds gedane betalingen. De Raad stelt echter dat de terugvordering beperkt is tot onverschuldigd betaalde WAO-voorschotten en dat verrekening van WW-rechten en eerdere betalingen buiten het geschil vallen.
De Raad ziet geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijk deskundige of voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 20 maart 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en de terugvordering van onverschuldigd betaalde voorschotten.