ECLI:NL:CRVB:2010:BL0359
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- R. Kooper
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder sinds 22 mei 2003. Naar aanleiding van een anonieme melding dat zij samenwoonde met betrokkene, voerde de gemeente Diemen onderzoek uit, waaronder dossieronderzoek, observaties en getuigenverklaringen. Dit leidde tot een besluit tot intrekking van de bijstand vanaf 22 mei 2003 en terugvordering van €41.595,98.
Het College beperkte later de intrekking tot 1 september 2003 en de terugvordering tot €35.894,76. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betwistte appellante dit oordeel.
De Raad oordeelde dat appellante en betrokkene feitelijk een gezamenlijke huishouding voerden vanaf september 2003, ondanks het aanhouden van aparte adressen. Dit bleek uit haar eigen verklaring aan de sociale recherche en werd ondersteund door getuigenverklaringen en observaties. Appellante had haar verklaring niet onder dwang afgelegd en haar beroep op psychiatrische problematiek was onvoldoende onderbouwd.
Omdat appellante de gezamenlijke huishouding niet had gemeld, schond zij haar inlichtingenplicht, waardoor zij ten onrechte bijstand ontving. Het College handelde binnen de beleidsregels bij intrekking en terugvordering. De Raad zag geen bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken en bevestigde het bestreden vonnis. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding.