ECLI:NL:CRVB:2010:BL0648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij WAO-uitkeringsherziening
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van 20 februari 2009 waarbij zijn bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering per 15 september 2008 ongegrond werd verklaard. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Op 22 september 2009 nam het UWV een nieuw besluit waarin appellant alsnog per 15 september 2008 werd ingedeeld in de hoogste arbeidsongeschiktheidsklasse (80-100%). Hierdoor kon appellant met de lopende procedure niets meer bereiken.
De Raad overwoog dat het belang bij een beoordeling van de eerdere beslissing vervalt zodra het UWV tegemoet is gekomen met een nieuw besluit. Het standpunt van appellant dat hij belang zou hebben bij een oordeel over de beperkingen voortvloeiend uit zijn klachten werd verworpen, omdat een nieuwe medische beoordeling vereist is bij herziening van de mate van arbeidsongeschiktheid.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, begroot op € 644,-, en het door appellant betaalde griffierecht van € 110,- werd aan hem vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van enig procesbelang.