ECLI:NL:CRVB:2010:BL0648

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-5276 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij WAO-uitkeringsherziening

Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van 20 februari 2009 waarbij zijn bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering per 15 september 2008 ongegrond werd verklaard. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen.

Op 22 september 2009 nam het UWV een nieuw besluit waarin appellant alsnog per 15 september 2008 werd ingedeeld in de hoogste arbeidsongeschiktheidsklasse (80-100%). Hierdoor kon appellant met de lopende procedure niets meer bereiken.

De Raad overwoog dat het belang bij een beoordeling van de eerdere beslissing vervalt zodra het UWV tegemoet is gekomen met een nieuw besluit. Het standpunt van appellant dat hij belang zou hebben bij een oordeel over de beperkingen voortvloeiend uit zijn klachten werd verworpen, omdat een nieuwe medische beoordeling vereist is bij herziening van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, begroot op € 644,-, en het door appellant betaalde griffierecht van € 110,- werd aan hem vergoed.

Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van enig procesbelang.

Uitspraak

P R O C E S - V E R B A A L
van de mondelinge uitspraak van de
CENTRALE RAAD VAN BEROEP
Enkelvoudige kamer
Datum: 12 januari 2010
Aanvang: 10.40 uur
Zitting heeft: mr. I.M.J. Hilhorst-Hagen, lid van de enkelvoudige kamer griffier: T.J. van der Torn
3e Zaak, reg.nr.: 09/5276 WAO
Inzake: [Appellant], wonende te [woonplaats], appellant, verschenen bij gemachtigde mr. R. Küçükünal, advocaat te Rotterdam,
tegen
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde, hierna: Uwv, vertegenwoordigd door mr. M.K. Dekker.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant stelde mr. Küçükünal, hoger beroep in.
Het Uwv voerde verweer en heeft gedateerd 22 september 2009 een nieuw besluit op het bezwaar van appellant genomen.
II. OVERWEGINGEN
1. Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van 20 februari 2009, waarbij het bezwaar van appellant tegen de herziening van zijn WAO-uitkering per 15 september 2008 ongegrond is verklaard.
2. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en het Uwv opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
3. Op 22 september 2009 heeft het Uwv een nieuw besluit op bezwaar genomen. Het bezwaar is gegrond verklaard en appellant wordt alsnog op en na 15 september 2008 80-100% arbeidsongeschikt geacht.
4.1. De Raad overweegt als volgt.
4.2. Met het besluit van 22 september 2009 is appellant alsnog per 15 september 2008 ingedeeld in de hoogste arbeidsongeschiktheidsklasse. Appellant kan met de onderhavige procedure niet meer bereiken dan hij inmiddels heeft bereikt.
4.3. Uit de uitspraak van de Raad van 6 november 2009, LJN BK3059, 08/3182 WIA, volgt dat in zo’n geval het belang bij een beoordeling van de aangevallen uitspraak vervalt, tenzij er een belang bij een gegrondverklaring van het ingestelde beroep bestaat omdat appellant om toepassing van artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht heeft gevraagd.
Appellant heeft niet bestreden dat een belang als vorenbedoeld hier niet aan de orde is.
4.4. Het standpunt van appellant dat hij wel belang heeft bij een oordeel over de uit zijn klachten voortvloeiende beperkingen gaat eraan voorbij dat aan een herziening van de mate van arbeidsongeschiktheid tegen een nieuwe datum een nieuwe medische beoordeling ten grondslag zal moeten liggen. Die nieuwe medische beoordeling kan in het kader van die herziening worden aangevochten. Het antwoord op de vraag of de medische situatie van appellant per 15 september 2008 in al zijn facetten juist is ingeschat speelt hierbij geen rol.
4.5. Het hoger beroep van appellant dient mitsdien vanwege het ontbreken van enig procesbelang niet-ontvankelijk te worden verklaard.
5. Nu het Uwv eerst met het nadere besluit van 22 september 2009 aan appellant is tegemoet gekomen, ziet de Raad aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 644,-.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant in hoger beroep tot een bedrag van € 644,-;
Bepaalt dat het Uwv het door appellant gestorte griffierecht van € 110,- aan hem vergoedt.
Het lid van de enkelvoudige kamer sluit het onderzoek.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 12 januari 2010
De griffier. Het lid van de enkelvoudige kamer.
T.J. van der Torn I.M.J. Hilhorst-Hagen
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep.
CVG