ECLI:NL:CRVB:2010:BL1141
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en geen duurzaam gescheiden leven
Appellante en appellant ontvingen bijstand van de gemeente Zoetermeer. Na een melding van mogelijke fraude startte de gemeente een onderzoek, waarbij onder meer huiszoekingen en verhoren plaatsvonden. Het College trok de bijstand in en vorderde de kosten terug wegens verzwegen inkomsten, bankrekeningen en het niet duurzaam gescheiden leven van appellante en appellant.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante in de periode van 15 maart 2004 tot en met 15 augustus 2004 niet duurzaam gescheiden leefde van appellant, waardoor zij niet zelfstandig recht had op bijstand. De intrekking over deze periode berustte daarom op een onjuiste grondslag en wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege de schending van de inlichtingenplicht.
Voor de overige perioden bevestigt de Raad de intrekkingen en terugvorderingen, omdat appellanten verzwegen werkzaamheden en bankrekeningen niet hebben opgegeven. De Raad ziet geen bijzondere omstandigheden die het College zouden moeten beletten van haar bevoegdheid gebruik te maken. Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen, het beroep van appellante deels gegrond verklaard. Het College wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt deels gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van bijstand over 15 maart 2004 tot 15 augustus 2004 wordt vernietigd, overige besluiten worden bevestigd.